Je zit ergens.
Misschien bij een overdracht.
Misschien bij iets waar jullie allebei aanwezig zijn.

Je weet dat hij komt.

En nog voordat je hem ziet,
voelt je lichaam het al.

Een lichte spanning.
Een soort verstilling.

Je hoort een stem van vroeger:

“Laat jezelf niet zo kennen.”

Blijf zitten.
Doe normaal.
Maak er geen probleem van.

Dus dat probeer je.

Maar je merkt:
je adem verandert
je lijf trekt samen
je bent er… maar eigenlijk niet meer

Dan zie je hem.

En ergens in jou komt iets heel duidelijks op:

Ik wil hier weg.

Niet uit zwakte.
Niet uit drama.

Maar omdat iets in jou zegt:
dit klopt niet voor mij.

Je staat op.
Misschien zeg je iets kleins.
Misschien niets.

En je gaat.

Niet boos.
Niet in strijd.

Maar wel duidelijk.

Later vraag je je af:

Had ik moeten blijven?
Was dit te veel?
Had ik sterker moeten zijn?

Of…
was dit precies wat ik nodig had?

En ergens, iets later,
merk je het pas echt:

je adem wordt rustiger
je schouders zakken
er komt ruimte

Opluchting.

Niet omdat het makkelijk was.
Maar omdat je luisterde.

Misschien herinner je je ook:
je had dit al eens gezegd.
Dat je zou gaan als hij kwam.

En nu deed je het.

Zonder strijd.
Maar wel trouw aan jezelf.

Sterk zijn is niet altijd blijven zitten.
Soms is sterk zijn opstaan —
en jezelf meenemen.

Misschien herken je iets in dit moment.
Neem gerust mee wat voor jou klopt.

Wat zijn de bronnen van wat je denkt

Related Posts